direct naar inhoud van 5.7 Bodemkwaliteit
Plan: Vesting
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0501.Vesting-0010

5.7 Bodemkwaliteit

Toetsingskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

Onderzoek en conclusie

In het plangebied vindt geen functiewijziging plaats die noodzaakt tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. De gemeente Brielle beschikt over een bodemkwaliteitskaart: Bodemkwaliteitskaart en Bodembeheerplan Albrandswaard, Bernisse, Brielle, Krimpen aan den IJssel, Westvoorne en Rozenburg (2006). Doel hiervan is om bij grondverzet op zorgvuldige wijze gebruik te kunnen maken van de Vrijstellingsregeling grondverzet. Uit informatie van het bodemloket (www.bodemloket.nl) blijkt dat verspreid over het plangebied verschillende bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Op enkele locaties is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De bodemkwaliteit in het plangebied is vergelijkbaar met de bodemkwaliteit van andere historisch centra in Nederland.

Het aspect bodemkwaliteit staat de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg.