direct naar inhoud van 4.7 Bodemkwaliteit
Plan: Hogeweg 1c
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0501.Hogeweg1c-0130

4.7 Bodemkwaliteit

Normstelling en beleid

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak.

In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient het volledig verkennend bodemonderzoek te worden verricht.

Onderzoek

Ter plaatse van het plangebied is ten behoeve van het bouwvoornemen een verkennend bodemonderzoek (zie bijlage 3) uitgevoerd door BMA Milieu. Uit de rapportage blijkt dat in de grond en het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarde voorkomen. In verband met deze lichte verontreinigingen hoeft echter geen nader onderzoek te worden uitgevoerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt de bodem geschikt is voor de toekomstige functie van wonen met tuin. Om de afvoerbestemming te bepalen dient eventueel vrijkomende grond op basis van het besluit bodemkwaliteit te worden gekeurd.

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect bodemkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat.