direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Plan: Glaspark 4P 2011
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0501.glaspark4p2011-0140

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. grondgebonden veehouderij en akker- en vollegrondstuinbouw;

alsmede voor:

  • b. ter plaatse van de aanduiding "glastuinbouw": een glastuinbouwbedrijf;

met daaraan ondergeschikt:

  • c. de volgende agrarische en niet-agrarische nevenfuncties:
    • 1. verkoop aan huis van regionale/agrarische producten tot een oppervlak van 100 m² bebouwing;
    • 2. hoveniersbedrijf in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten tot een oppervlak van 200 m² aan bebouwing;
    • 3. natuur- en milieueducatie, bezoekboerderijen en rondleidingen tot een oppervlak van 100 m² aan bebouwing;
    • 4. aan-huis-gebonden beroep/kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten tot een oppervlak van 60 m² in de woning;
  • d. bijbehorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, schouwpaden en water ten behoeve van wateraanvoer- en afvoer, waterberging en sierwater.

3.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding "glastuinbouw" mogen kassen, bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken zoals waterbassins en -silo's en terreinafscheidingen worden gebouwd;
  • b. uitsluitend op gronden met de aanduiding "bedrijfswoning" mogen bedrijfswoningen worden gebouwd;
  • c. ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning uitgesloten" zijn geen bedrijfswoningen toegestaan;
  • d. het toegestane aantal bedrijfswoningen bedraagt ten hoogste het aantal zoals aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';
  • e. op gebouwen en op masten met een hoogte van maximaal 10 m zijn kleinschalige windturbines met een maximale hoogte van 2,5 m toegestaan;
  • f. overigens geldt het volgende:
  max. inhoud   max. opp.   max. goothoogte   max. bouwhoogte  
bedrijfswoning (inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen)   750 m3     4.5 m   10 m  
bedrijfsgebouwen en overkappingen     20% van totaal glasoppervlak   7 m   9 m  
kassen       7 m   9 m  
erf- of terreinafscheidingen
voor de voorgevelrooilijn
overige plaatsen  
     
1 m
2 m  
wateropslagtanks en koelinstallaties         12 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde         3 m  

3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Ten behoeve van het oppervlak aan bedrijfsgebouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in artikel 3.2 onder sub f gestelde maximum oppervlak aan bedrijfsgebouwen, met inachtneming van het volgende:

  • a. een groter oppervlak aan bedrijfsgebouwen dient vanuit bedrijfseconomische overwegingen noodzakelijk te zijn;
  • b. de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet worden beperkt;
  • c. een verzoek om afwijking voor een groter oppervlak aan bedrijfsgebouwen wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarische deskundige omtrent de vraag of er sprake is van een duurzaam, volwaardig agrarisch bedrijf en of een groter oppervlak aan bedrijfsgebouwen noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomische overwegingen.

3.3.2 Ten behoeve van de inhoudsmaat van bedrijfswoningen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de in artikel 3.2 onder e gestelde inhoudsmaat van bedrijfswoningen ten dienste van de de huisvestiging van een tweede arbeidskracht of rustende boer, met inachtneming van het volgende:

  • a. de inhoudsmaat mag met maximaal 200 m3 worden vergroot;
  • b. een verzoek om afwijking voor extra woonruimte wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarische deskundige omtrent de vraag of er sprake is van een duurzaam, volwaardig agrarisch bedrijf en of de extra woonruimte noodzakelijk is voor de huisvesting van een tweede arbeidskracht of een rustende boer;
  • c. uitbreiding van de woning dient plaats te vinden binnen het bestaande hoofdgebouw; alleen indien dit niet mogelijk of doelmatig is, kan afwijking worden verleend voor uitbreiding van de woning door middel van nieuwbouw;
  • d. afwijking wordt niet verleend, indien op het bouwvlak reeds een woning aanwezig is die voor de bedoelde huisvesting geschikt of geschikt te maken is.

3.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden geldt dat Bevi-inrichtingen niet zijn toegestaan.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van de volgende nevenfuncties:

  • a. agrarisch handels- en exportbedrijf (transport- en opslagbedrijven, koelhuizen) in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten tot een oppervlak van 500 m² aan bebouwing;
  • b. opslag en stalling van agrarische producten (meer dan reguliere opslag ten behoeve van eigen bedrijfsvoering) in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten tot een oppervlak van 500 m² aan bebouwing;
  • c. agrarisch loonbedrijf in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten tot een oppervlak van 500 m² aan bebouwing;
  • d. opslag en stalling van niet-agrarische producten in bestaande gebouwen, niet zijnde kassen, in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten tot een oppervlak van 500 m² aan bebouwing;
  • e. sociale functie (resocialisatie, therapie, kinderopvang, zorgboerderij) tot een oppervlak van 200 m² aan bebouwing;

met inachtneming van de volgende regels:

  • 1. nevenfuncties dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; er mogen geen beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden);
  • 2. er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking, dit in relatie tot de functie van de ontsluitingsweg waaraan het bedrijf is gelegen;
  • 3. voor opslag mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd, evenmin mogen bestaande gebouwen ten behoeve van opslag als nevenfunctie worden uitgebreid;
  • 4. buitenopslag is in geen geval toegestaan;
  • 5. het oppervlak dat in gebruik is ten behoeve van caravanstalling mag, in afwijking van de genoemde 500 m² bij de nevenfunctie opslag en stalling van niet-agrarische producten, maximaal 200 m² bedragen;
  • 6. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan, tevens zijn lichtmasten en lichtbakken niet toegestaan.

3.6 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde bedrijfswoningen elders in het plangebied dan met de aanduiding 'bedrijfswoning' is aangegeven toe te staan, met inachtneming van het volgende:

  • a. de bedrijfswoning dient noodzakelijk te zijn voor de bedrijfsvoering van het glastuinbouwbedrijf;
  • b. de bedrijfsvoering noodzaakt de vestiging van de bedrijfswoning buiten de gronden aangeduid met de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • c. schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een agrarisch deskundige omtrent de vraag of voldaan wordt aan het gestelde onder a en b;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is de vestiging van bedrijfswoningen niet toegestaan;
  • e. de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden' wordt aangepast: het aantal woningen wordt verminderd met het aantal woningen waarop onderhavige wijziging van toepassing is;
  • f. op de bedrijfswoningen zijn de bouwregels in lid 3.2 van toepassing.