direct naar inhoud van Artikel 11 Algemene aanduidingsregels
Plan: Brielle, Glaspark4P
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0501.GLASPARK4P-0130

Artikel 11 Algemene aanduidingsregels

11.1 Wro-zone-ontheffingsgebied

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 3, lid 3.2 sub a ten behoeve van de realisatie van een bedrijfswoning, met inachtneming van het volgende:

  • a. de bedrijfswoning dient noodzakelijk te zijn voor de bedrijfsvoering van het glastuinbouwbedrijf;
  • b. de bedrijfswoning wordt gerealiseerd op de gronden met de gebiedsaanduiding "wro-zone-ontheffingsgebied";
  • c. in afwijking van hetgeen gesteld onder artikel 10.1 sub b kunnen burgemeester en wethouders ook ontheffing verlenen voor een bedrijfswoning elders in het plangebied, indien de bedrijfsvoering de realisatie van de bedrijfswoning buiten de wro-zone-ontheffingsgebied noodzaakt;
  • d. per glastuinbouwbedrijf is 1 bedrijfswoning toegestaan;
  • e. in afwijking van hetgeen gesteld onder artikel 10.1 sub d, kunnen burgemeester en wethouders ook ontheffing verlenen voor een tweede bedrijfswoning;
  • f. de inhoud van de bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen, mag maximaal 750 m3 bedragen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 en 10 m;
  • g. in afwijking van hetgeen gesteld onder artikel 10.1 sub f, kunnen burgemeester en wethouders ook ontheffing verlenen voor het vergroten van de inhoudsmaat van de woning met maximaal 200 m³ ten dienste van de huisvestiging van een tweede arbeidskracht, of een rustende boer, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
    • 1. een verzoek om ontheffing voor extra woonruimte wordt ter toetsing voorgelegd aan de agrarische deskundige omtrent de vraag of er sprake is van een duurzaam, volwaardig agrarisch bedrijf en of de extra woonruimte noodzakelijk is voor de huisvesting van een tweede arbeidskracht of een rustende boer;
    • 2. uitbreiding van de woning dient plaats te vinden binnen het bestaande hoofdgebouw; alleen indien dit niet mogelijk of doelmatig is, kan ontheffing worden verleend voor uitbreiding van de woning door middel van nieuwbouw;
    • 3. ontheffing wordt niet verleend, indien op het bouwvlak reeds een woning aanwezig is die voor de bedoelde huisvesting geschikt of geschikt te maken is.
  • h. alvorens ontheffing te verlenen, wordt omtrent de noodzaak van een bedrijfswoning en/of tweede bedrijfswoning eerst advies ingewonnen bij een agrarisch deskundige;
  • i. op gronden met de aanduiding "bedrijfswoning uitgesloten" (-bw) mogen geen bedrijfswoningen worden gebouwd.