direct naar inhoud van Regels
Plan: Vierpolders eerste herziening
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0501.VP1eherziening-0120

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Van toepassing verklaring

Het bestemmingsplan 'Vierpolders eerste herziening' heeft uitsluitend betrekking op de in Artikel 2 opgenomen wijzigingen. Voor het overige blijft het bestemmingsplan 'Vierpolders', NL.IMRO.0501.Vierpolders-0140 onverkort van toepassing.

Artikel 2 Gewijzigde regels

Het bestemmingsplan 'Vierpolders', NL.IMRO.0501.Vierpolders-0140, wordt als volgt gewijzigd.

Artikel 1 'Begrippen'
Aan artikel 1 wordt een nieuwe begripsbepaling toegevoegd namelijk 'volkstuinen' die als volgt luidt:

1.50 (na hernummering) Volkstuinen
Gronden waarop voor particulier gebruik op recreatieve wijze voedings- en siergewassen worden geteeld;


Artikel 3 'Agrarisch'
Aan artikel 3.1 wordt een nieuw sub e (na hernummering) toegevoegd, die als volgt luidt:

e. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin', volkstuinen.

Aan artikel 3 wordt een nieuw artikel 3.2.5 toegevoegd, dat als volgt luidt:

3.2.5 Volkstuinen
Ter plaatse van de aanduiding 'volkstuinen' gelden de volgende bouwregels:

  • a. er perceel van minimaal 150 m² mag ten hoogste worden gebouwd:
    • 1. één plantenkas en één tuinhuis;
    • 2. het oppervlak van een tuinhuis of een plantenkas bedraagt ten hoogste 10% van het tuinperceel met een maximum van 20 m²;
    • 3. het gezamenlijk bebouwd oppervlak bedraagt niet meer dan 15% van het tuinperceel;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 3 meter.

Artikel 4 'Bedrijf'
Aan artikel 4.1 sub j. wordt het volgende gewijzigd:
j. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', maximaal één bedrijfswoning.

Artikel 7 'Groen'

Aan artikel 3.1 wordt een nieuw sub k toegevoegd, die als volgt luidt:

k. wegen en straten met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie, waaronder in ieder geval begrepen parkeervoorzieningen.

Hoofdstuk 2 Overgangs- en slotregels

Artikel 3 Overgangsrecht

3.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%.
  • c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
3.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
3.3 Hardheidsclausule

Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.

Artikel 4 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Vierpolders eerste herziening'